Een procedure bij de Ondernemingskamer behoort voor commissarissen tot de scenario’s die zij het liefst vermijden. Toch laten recente en spraakmakende zaken zien dat escalaties zich in uiteenlopende organisaties kunnen voordoen, van familiebedrijven tot grote ondernemingen. Tijdens deze editie van GoedeMorgenCommissaris stond daarom één centrale vraag centraal: wat is de positie van commissarissen wanneer de Ondernemingskamer ingrijpt, en wat kunnen zij doen om te voorkomen dat het zover komt?
Gespreksleider Elsemieke Havenga ging hierover in gesprek met Guido Dubbeld, lid van de Ondernemingskamer Amsterdam, en John Jaakke, partner bij De Bestuurskamer en veelvuldig benoemd als tijdelijk bestuurder of toezichthouder namens de Ondernemingskamer. Vanuit hun verschillende rollen gaven zij inzicht in de oorzaken van escalatie, de werkwijze van de Ondernemingskamer en de specifieke verantwoordelijkheid van toezichthouders wanneer governance onder druk komt te staan.
Wanneer conflicten escaleren
Volgens Dubbeld ontstaat een zaak bij de Ondernemingskamer zelden van de ene op de andere dag. Vrijwel altijd gaat er een langdurig proces van oplopende spanningen aan vooraf. Signalen zijn vaak zichtbaar in formele bezwarenbrieven, juridische correspondentie en een toenemende juridisering van het conflict. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat partijen eerst zelf moeten hebben geprobeerd hun verschillen op te lossen. Pas wanneer gesprekken vastlopen en er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen, komt een enquêteprocedure in beeld.
Jaakke bevestigde dat beeld. Problemen ontstaan volgens hem meestal door een optelsom van gebeurtenissen, rolverwarring en het toe-eigenen van bevoegdheden die eigenlijk bij anderen horen. Governance kan op papier uitstekend zijn geregeld, maar in de praktijk blijkt regelmatig dat bestuurders, aandeelhouders of toezichthouders hun eigen rol onvoldoende respecteren. Juist daar ontstaat de voedingsbodem voor escalatie.
Het belang van rolvastheid
Een terugkerend thema in het gesprek was de positie van de Raad van Commissarissen. Opvallend genoeg blijken toezichthouders regelmatig onderdeel van het probleem te zijn. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer commissarissen zich te veel identificeren met de belangen van een dominante aandeelhouder of juist op de stoel van het bestuur gaan zitten.
Dubbeld benadrukte dat commissarissen zich steeds moeten realiseren dat zij het belang van de vennootschap dienen en niet het belang van een individuele aandeelhouder. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar blijkt in de praktijk minder eenvoudig dan vaak wordt gedacht. Vooral in familiebedrijven of ondernemingen met een dominante aandeelhouder kan de druk groot zijn om als verlengstuk van een specifieke belanghebbende te functioneren.
Daarmee raken commissarissen direct aan een belangrijke les uit het gesprek: onafhankelijkheid is niet alleen een formeel vereiste, maar ook een praktische voorwaarde om effectief toezicht te kunnen houden.
De Ondernemingskamer als oplossinggerichte rechter
Dubbeld gaf vervolgens een inkijk in de werkwijze van de Ondernemingskamer. Anders dan vaak wordt gedacht, is het primaire doel niet om zo snel mogelijk een uitspraak te doen. Integendeel, veel aandacht gaat uit naar het begrijpen van de achterliggende belangen, motieven en dynamieken tussen partijen.
Tijdens een zitting krijgen alle betrokkenen uitgebreid gelegenheid hun verhaal te doen. Rechters richten hun vragen vaak rechtstreeks aan de betrokken personen en niet uitsluitend aan hun advocaten. Daarmee ontstaat ruimte om niet alleen juridische argumenten, maar ook de onderliggende oorzaken van het conflict zichtbaar te maken.
De Ondernemingskamer probeert waar mogelijk partijen dichter bij elkaar te brengen. Daarbij worden regelmatig schikkingen verkend of wordt mediation ingezet. Pas wanneer partijen er niet uitkomen, volgt een uitspraak. Volgens Dubbeld bereikt slechts een deel van de zaken daadwerkelijk dat eindstation.
De interventie in de praktijk
Wanneer de Ondernemingskamer wel ingrijpt, kan dat verstrekkende gevolgen hebben. Veelvoorkomende maatregelen zijn:
- schorsing van bestuurders of commissarissen;
- benoeming van tijdelijke bestuurders, toezichthouders of beheerders van aandelen.
Het uitgangspunt blijft steeds hetzelfde: het belang en de continuïteit van de onderneming. Persoonlijke belangen van bestuurders, aandeelhouders of toezichthouders zijn daarbij ondergeschikt.
Voor Jaakke begint op dat moment een bijzondere opdracht. Als tijdelijk bestuurder komt hij vaak terecht in organisaties die al lange tijd gebukt gaan onder conflicten. De ontvangst is meestal verdeeld: een deel van de organisatie is opgelucht dat er eindelijk wordt ingegrepen, terwijl anderen juist weerstand voelen tegen de externe interventie.
Toch ziet hij vaak hetzelfde patroon. Zodra de acute spanningen verminderen, blijken medewerkers en management veel meer ruimte te hebben om hun bijdrage te leveren. Daarmee ontstaat ook ruimte voor herstel en toekomstgerichte oplossingen.
Familiebedrijven als bijzondere context
Een aanzienlijk deel van de zaken speelt zich af binnen familiebedrijven. De combinatie van eigendom, bestuur, toezicht en familieverhoudingen maakt deze organisaties extra kwetsbaar voor escalaties. Emoties en zakelijke belangen lopen daarbij gemakkelijk door elkaar.
Zowel Dubbeld als Jaakke waarschuwden commissarissen die gevraagd worden toe te treden tot een familiebedrijf om vooraf zeer zorgvuldig te onderzoeken welke verwachtingen er werkelijk leven. Toezicht houden in een omgeving waarin familiebelangen domineren vraagt niet alleen deskundigheid, maar ook moed en onafhankelijkheid.
Een belangrijke vraag daarbij is steeds of betrokkenen daadwerkelijk bereid zijn governance serieus te nemen. Als aandeelhouders uiteindelijk geen ruimte willen geven aan onafhankelijke besluitvorming, loopt een commissaris volgens beide sprekers het risico onderdeel van het probleem te worden.
Wat kunnen commissarissen zelf doen?
De belangrijkste preventieve les uit de sessie lag op het vlak van communicatie. Veel conflicten blijken uiteindelijk minder juridisch dan menselijk van aard. Misverstanden, wantrouwen en gebrek aan openheid groeien uit tot governanceproblemen die later juridisch worden uitgevochten.
Voor commissarissen ligt hier een duidelijke taak. Zij kunnen vroegtijdig signaleren wanneer partijen uit elkaar groeien, gesprekken organiseren en onafhankelijke begeleiding inschakelen voordat advocaten het gesprek overnemen. Daarbij is het volgens Jaakke essentieel om niet onmiddellijk partij te kiezen, maar steeds terug te keren naar één centrale vraag: wat is in het belang van de onderneming?
Zoals hij het formuleerde, kan een voorzitter van de Raad van Commissarissen fungeren als een vooruitgeschoven post van wat later anders mogelijk bij de Ondernemingskamer terechtkomt.
Tot slot
De rode draad van deze editie van GoedeMorgenCommissaris was helder: procedures bij de Ondernemingskamer beginnen zelden met een juridisch probleem, maar vrijwel altijd met een governance- en communicatieprobleem. Voor commissarissen ligt daar een belangrijke verantwoordelijkheid. Onafhankelijk blijven, rolvast handelen en tijdig moeilijke gesprekken voeren zijn vaak effectiever dan welke juridische interventie ook.
Tegelijkertijd maakte het gesprek duidelijk dat de Ondernemingskamer een waardevol en krachtig instrument vormt wanneer organisaties vastlopen. Maar zoals Jaakke aan het einde van de sessie benadrukte: bezint eer ge begint. De gevolgen van een procedure kunnen groot zijn, zowel voor betrokken personen als voor de onderneming. Juist daarom is het de kunst voor commissarissen om escalatie vóór te zijn en ervoor te zorgen dat een rechterlijke interventie nooit nodig wordt.